Bob wankelde zijn huis binnen na een avondje drinken.
Hij liep op zijn tenen de trap op om zijn vrouw Kathleen niet wakker te maken, maar struikelde en viel op zijn achterwerk.
Een whiskyfles in elke achterzak maakte de landing extra pijnlijk.
Hij slaakte een gil, trok zijn broek naar beneden en keek in de spiegel in de hal om te zien dat zijn billen gesneden en bloedend waren.
Rustig vond hij een doos pleisters en plakte er een op elke plek waar hij bloed zag.
De volgende ochtend werd hij wakker en zag Kathleen op hem neerkijken en zei: “Je was dronken gisteravond, hè?!”.
Bob bromde: “Waarom denk je zoiets?”
Kathleen antwoordde: “Nou, het zou het gebroken glas kunnen zijn, het zou het spoor van bloed door het huis kunnen zijn of het zouden je bloeddoorlopen ogen kunnen zijn.”
“Maar meestal,” ging ze verder, …
“Het zijn al die pleisters op de spiegel in de hal.”
